/* Disable right mouse click */
Informatieve site & webshop voor iedereen met een kinderwens info@yoana.net

De mogelijke liggingen van je baby

Als je baby tussen de 24 à 38 weken steeds meer klaar gaat liggen, is van alle liggingen de achterhoofdsligging het meest gunstig voor tijdens de bevalling. Toch liggen niet alle baby’s zo. Slechts 5% van alle baby’s ligt niet met het achterhoofd naar beneden. Die liggen omgekeerd, dwars of wel met het hoofd naar beneden, maar kijken omhoog. Een andere ligging dan de achterhoofdsligging kan de bevalling lastiger maken en soms ook gevaarlijker. Als je baby bij 36 weken zwangerschap nog niet met zijn hoofd naar beneden ligt, kan de verloskundige of gynaecoloog hem proberen te draaien, wat een versie genoemd wordt. Gemiddeld lukt het draaien bij een eerste kind in 40 % en bij vanaf een tweede kind tot 50% van de gevallen. Onderaan de pagina zie je een plaatje waarop je kan zien hoe de liggingen eruit zien. Uitleg van links naar rechts en boven naar onder.

Voorhoofdsligging: Soms ligt een baby  naar met het voorhoofd beneden, dit is een erg lastige houding om geboren te worden. Het bekken is hierdoor meestal te klein voor de omvang van het hoofdje. Deze stand vraagt namelijk meer ruimte. Bij deze ligging wordt het bijna altijd een keizersnee.

Dwarsligging: Hierbij ligt je baby dwars in je buik in plaats van in de lengte en hierbij is het niet mogelijk om op de natuurlijke manier te bevallen. Bij minder dan een half procent ligt de baby tegen het eind in deze ligging. Een dwarsligging komt relatief vaker voor bij vrouwen die al 4 of meer kinderen hebben gekregen. Daarnaast kan de oorzaak zijn dat de placenta voor de bekken ligt of dat de vrouw een te nauwe bekken heeft, waardoor de baby niet kan indalen.

Aangezichtsligging: De baby ligt met zijn hoofd naar beneden en met het hoofd ver achterover gebogen. De baby ligt dus met zijn gezicht tegen de baarmoederhals aan, wat de bevalling lastiger maakt, omdat er een breder gedeelte van het hoofdje geboren moet worden. De kans op een kunstverlossing (met verlostang of vacuümpomp) is groter. Ook kan deze ligging ervoor zorgen dat de ontsluiting wordt tegengehouden doordat er niet voldoende druk op de baarmoedermond komt, waardoor er voor een keizersnede moet worden gekozen.

Sterrenkijker: Dan ligt de baby in een achterhoofdsligging, maar met de neus naar boven (richting je buikwand) in plaats van naar beneden. Een bevalling van een baby in deze ligging duurt doorgaans langer en is vaak pijnlijker. Het hangt af van de verdere ligging en de grootte van je baby of er wel of niet voor een keizersnede wordt gekozen.

Stuitligging: Ongeveer 3-4% van de ongeboren kinderen liggen aan het eind van de zwangerschap in stuit. Deze ligging kan op 4 manieren, volkomen stuitligging (met de voetjes naar beneden) of onvolkomen stuitligging (met de billetjes naar beneden), half onvolkomen stuitligging (1 been gestrekt naar boven, het andere gebogen naar beneden) en voetligging (1 of beide benen gestrekt naar beneden, zodat 1 of 2 voeten lager dan de billen liggen) en allemaal met het hoofdje bovenin de baarmoeder. Wanneer deze ligging uiterlijk de 36ste week wordt ontdekt , kan er nog geprobeerd worden de baby te draaien. Deze houding kan bij de geboorte problemen geven, hierdoor ben je verplicht in het ziekenhuis te bevallen in het bijzijn van een gynaecoloog. De baby kan het namelijk benauwd krijgen. Vrouwen van wie de baby in stuit ligt, kunnen kiezen voor een vaginale stuitbevalling of een geplande keizersnee. Bij een natuurlijke stuitbevalling is de kans op een (spoed)keizersnede alsnog groot. Een goede voorlichting over de risico’s van een uitwendige draaiing en over het natuurlijk bevallen bij een stuitligging is van belang, alleen dan kun je een goede beslissing nemen.

Achterhoofdsligging: Zoals gezegd is deze ligging het meest gunstig. Dit is de normale ligging voor een bevalling en het minst risicovol.

De liggingen van een meerling

Bij meerlingen kan er natuurlijk worden bevallen maar ook worden besloten om tot keizersnede over te gaan. Het is bijvoorbeeld mogelijk door de toestand van de baby’s dat er gekozen wordt voor een keizersnede, doordat de 2e baby last heeft van de geboorte van de 1ste baby. Bij meer dan 2 baby’s wordt er mede om deze reden meestal besloten tot een keizersnede om risico’s tijdens de bevalling zoveel mogelijk te verkleinen. Daarnaast is het ook belangrijk met hoeveel weken zwangerschap de baby’s komen, waardoor er ook voor een keizersnede kan worden gekozen. Bij een tweelingzwangerschap zijn er drie liggingen mogelijk.

  • Beide hoofdligging: beide baby’s liggen met de hoofdjes naar beneden
  • Hoofdligging/stuitligging: 1 of beide baby’s liggen in een stuit
  • Een variatie op dwarsligging/stuitligging: 1 of beide baby’s liggen dwars of in een stuit.

Lees verder via de andere onderwerpen.

liggingen van je baby