/* Disable right mouse click */
Informatieve site & webshop voor iedereen met een kinderwens info@yoana.net

Welke echo’s en tests zijn er tijdens de zwangerschap?

Er zijn verschillende echo’s en tests die je kan laten doen tijdens de zwangerschap, sommige zijn standaard en andere niet. Er zijn 2 manieren om een echo te maken: via de buikwand (uitwendig) en via de vagina (inwendig). In het begin van de zwangerschap wordt vaak de voorkeur gegeven aan de inwendige echo, omdat het apparaat dat de geluidsgolven uitzendt zo dichter bij de baarmoeder komt. Dan kun je een beter beeld krijgen van de zwangerschap. Na drie maanden wordt meestal gekozen voor een uitwendige echo. Later in de zwangerschap uitgevoerde echo’s geven onder andere inzicht in de groei en ligging van je baby, de plaats van de placenta en de hoeveelheid vruchtwater. Echo’s kunnen ook worden gebruikt voor geslachtsbepaling van de baby en om eventuele afwijkingen al voor de geboorte te kunnen constateren.

De vroege echo, rond de 6-7 weken, wordt vanwege medische redenen gedaan: 

Deze vroege echo wordt gedaan wanneer er bijvoorbeeld sprake is van:

  • Bloedverlies in het begin van de zwangerschap
  • Twijfel over de zwangerschapsduur
  • Verdenking op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap

Standaard wordt als eerste de termijnecho gedaan, tussen 10-12 weken:

Rond de 10-12 weken krijg je een echo om te bepalen hoe lang je zwanger bent, of het hartje klopt, of alles erop en eraan zit en of er eventueel sprake is van een meerling. Op basis van deze echo wordt de bevallingsdatum bepaald, welke je nodig hebt om zwangerschapsverlof aan te vragen.

Direct daarna komt standaard het bloedonderzoek:

Bij het begin van iedere zwangerschap vindt bloedonderzoek plaats om meerdere tests te doen voor het bepalen van je bloedgroep, de rhesusfactor, irregulaire antistoffen, hepatitis B, lues (syfilis), HIV (aids virus) en je hemoglobine (Hb) gehalte (ijzergehalte) om te zien of je bloedarmoede hebt. Sommige verloskundigen controleren ook het bloedsuikergehalte. Het bloed wordt in meerdere buisjes afgenomen door een naald in je arm en is standaard. Niet alle verloskundigen nemen zelf bloed af voor deze tests, sommige verwijzen je hiervoor naar het prik lab. De uitslag van het bloedonderzoek is meestal met één week bij de verloskundige.

Nipt-test, Niet Invasieve Prenatale Test, kan worden gedaan vanaf 10 weken zwangerschap, is niet standaard:

De NIPT-test wordt uitgevoerd om te screenen op de meest voorkomende chromosoomafwijkingen, zoals trisomie 21 (Down syndroom), trisomie 18 (Edwards syndroom) en trisomie 13 (Patau syndroom). Deze laatste 2 syndromen zijn syndromen waarbij de baby niet levend geboren zal worden of spoedig zal komen te overlijden na de geboorte. De NIPT-test is een DNA-test die bestaat uit het afnemen van een aantal buisjes bloed van de zwangere vrouw. In het bloed van de moeder zit DNA waar erfelijk materiaal van de baby in aanwezig is en dit DNA kan geanalyseerd worden om de chromosoomafwijkingen op te sporen. Het wordt vergoed voor de vrouwen waarbij een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking is en anders kost het €175,-. Ondanks dat door deze test het geslacht van de baby ook herleidbaar is, wordt dit in Nederland niet kenbaar gemaakt aan de ouders, vanwege ethische redenen. De NIPT-test is een betrouwbaarder alternatief voor de combinatietest. De NIPT-test is nauwkeuriger, maar heeft wel de voorwaarde dat je toestemming moet geven voor het gebruik van je gegevens voor de wetenschappelijke studie. Er wordt namelijk in Nederland nog verder onderzoek gedaan naar de resultaten van de test. De uitslag van de NIPT-test is binnen 10 tot 15 werkdagen bekend. Je kan de uitslag schriftelijk, telefonisch of via het ziekenhuis krijgen. Zoals bij alle tests, is er een kleine kans dat de test mislukt. De uitslag kan afwijkend of niet- afwijkend zijn, bij een niet-afwijkende uitslag zijn er geen aanwijzingen dat het kind een trisomie heeft. Deze uitslag is uiterst betrouwbaar en is er geen vervolgtest nodig. De kans dat een kind bij een niet-afwijkende uitslag toch een trisomie heeft, is kleiner dan 0,1%. Bij een afwijkende uitslag hoeft het niet direct te betekenen dat je kindje een trisomie heeft. De betrouwbaarheid is in dat geval voor Downsyndroom 75%, Edwardssyndroom 24% en Patausyndroom 23%. Deze lage betrouwbaarheid komt doordat er DNA van de moederkoek in jouw bloed zit. Dit erfelijk materiaal is vaak gelijk aan dat van je baby, maar niet altijd. Er kan dus een afwijking in de moederkoek zitten, die niet bij je baby aanwezig is. Om 100% zekerheid te krijgen is daarom een vlokkentest of vruchtwaterpunctie nodig. Bij de NIPT-test is geen kans op een miskraam door het onderzoek.

De combinatietest kan worden gedaan tussen de 11e en 14e week, is niet standaard:

De combinatietest bestaat uit 2 tests, een nekplooimeting tijdens een echo-onderzoek en een bloedonderzoek. Tijdens een echo wordt de dikte van de nekplooi van je baby gemeten. Iedere baby heeft gedurende de zwangerschap een dun vochtblaasje onder de huid in de nek, of te wel nekplooi. De dikte van de nekplooi varieert met de zwangerschapsduur en is het meest duidelijk aanwezig tussen de 11e en 14e week. De nekplooi hoort maximaal 3 millimeter dik te zijn, bij de meeste foetussen met het syndroom van Down is de nekplooi verdikt, waarbij de kans op Down groter is des te dikker de plooi. Toch wordt bij meer dan de helft na een vervolgonderzoek geen Down gevonden. De combinatietest wordt alleen vergoed vanuit de basisverzekering, maar verschilt per verzekeraar, indien er een verhoogd risico op een kindje met een chromosoomafwijking is vastgesteld. Anders kost het €168,-. Het is mogelijk te verzekeren via een aanvullende verzekering, maar dat zal je moeten nagaan in de voorwaarden. Als uit de combinatietest blijkt dat je een verhoogde kans hebt op een kindje met een chromosoomafwijking, dan heb je een keuze uit 2 tests en kun je de vlokkentest of de vruchtwaterpunctie doen.

De vlokkentest, wordt gedaan tussen de 11e en 14e week van je zwangerschap, als vervolgonderzoek van de uitslag van de volgende tests, de combinatietest of de NIPT:

Bij dit onderzoek wordt een beetje weefsel van de placenta uit de baarmoeder genomen, wat of via de buikwand of via de vagina gedaan wordt. Het weefsel ziet er vlokkig uit, daarom heeft het de naam vlokkentest. Als het weefsel wordt weggenomen via de buikwand, gebeurt dit met een naald en wordt door middel van een echo de juiste plaats bepaald waar de naald moeten worden ingebracht. Het prikken in de buik en het opzuigen van het weefsel duurt meestal niet langer dan één minuut. Het onderzoek kan wel wat (pijnlijk) ongemak veroorzaken door het bewegen van de naald, of soms zelfs het gevoel van een wee geven. Wanneer het weefsel wordt weggenomen via de vagina, dan gebeurt dit met een dunne tang of slang, waarbij gebruik wordt gemaakt van een echo om te zien waar de placenta zit. Het vaginale onderzoek vindt plaats terwijl je in een gynaecologische stoel ligt en kan (pijnlijk) ongemak veroorzaken. Er zal een eendenbek in de vagina worden ingebracht. Het onderzoek duurt ongeveer tien minuten tot een kwartier. Bij beide manieren mag je direct hierna weer naar huis, maar kan je wel buikpijn aan overhouden. In het afgenomen vlokkenweefsel zitten cellen die hetzelfde DNA bevatten als de cellen van het ongeboren kind. Deze cellen worden in een laboratorium onderzocht op chromosoomafwijkingen. Een enkele keer komt het voor dat er te weinig vlokken in het weefsel zaten, waardoor er geen uitslag kan worden gegeven, maar meestal is de uitslag binnen twee weken bekend. Een groot nadeel van de vlokkentest is dat het de kans op een miskraam (0,5%) door het onderzoek aanwezig is. Het voordeel van de vlokkentest boven de vruchtwaterpunctie is dat deze eerder in de zwangerschap kan worden uitgevoerd. Het nadeel is dat de vlokkentest weer iets minder betrouwbaar is dan de vruchtwaterpunctie. Als de uitslag op de combinatietest “positief” is, wordt de vlokkentest vergoed vanuit je basisverzekering. De gevolgen voor je eigen risico verschillen per zorgverzekeraar.

De vruchtwaterpunctie kan vanaf 15 weken worden gedaan, als vervolgonderzoek van de uitslag van de combinatietest of de NIPT:

Bij vruchtwaterpunctie wordt het vruchtwater onderzocht en met behulp van een echo om de beste plek te bepalen, wordt er vruchtwater weggenomen via de buikwand met een naald. In het vruchtwater zitten lichaamscellen en eiwitten, die o.a. van de huid van je baby komen, die onderzocht kunnen worden. De naald zuigt zo’n 15-20 ml vruchtwater af, dit is 10-15% van de totale hoeveelheid vruchtwater, wat je snel weer aanmaakt. Afwijkingen aan de chromosomen kunnen hierdoor opgespoord worden. Het duurt hooguit een halve minuut, waarbij je een (pijnlijk) ongemakkelijk gevoel kan krijgen. De uitslag is meestal binnen 3 weken bekend en is uiterst betrouwbaar. Heel af en toe kunnen de chromosomen niet onderzocht worden. Dan is het nodig om opnieuw vruchtwater af te nemen. De 2 manieren van testen zijn hetzelfde als bij de vlokkentest, namelijk de snelle aneuploidie-test of QF-PCR test en het klassieke chromosoomonderzoek. Bij de snelle test wordt alleen het aantal van de chromosomen 21, 18 en 13, en X en Y (de geslachtschromosomen) vastgesteld. Celkweek is hierbij niet nodig en de uitslag is daarom binnen 1 week (3-7 dagen) bekend. Als je wilt kun je nu ook het geslacht van je kindje te weten komen. Bij het klassieke onderzoek worden de cellen op kweek gezet in een laboratorium. Na het kweken worden het aantal en de vorm van alle chromosomen onderzocht. Meestal is de uitslag na ongeveer drie weken beschikbaar. Als de uitslag van deze test afwijkend is, heeft het kindje met absolute zekerheid een chromosoomafwijking. Het nadeel van de vruchtwaterpunctie is dat er een kans op een miskraam (0,3%) door het onderzoek aanwezig is. Als de uitslag van de combinatietest “positief” is, wordt de vruchtwaterpunctie vergoed vanuit je basisverzekering. Het verschilt per zorgverzekering of dit gevolgen heeft voor je eigen risico.

20 weken echo of Structureel Echoscopisch Onderzoek is een standaard echo, maar is niet verplicht:

Bij de 20-weken echo wordt uitgebreid gekeken naar de ontwikkeling van de organen van de baby, maar ook andere delen zoals de hersenen, buikwand, ruggetje, armen, benen, botten en schedel. Zo wordt er gekeken naar de eventuele aanwezigheid van een open ruggetje, waterhoofd of een open schedeltje, maar ook wordt gekeken of de baby goed groeit en of er voldoende vruchtwater is.
De 20-weken echo is een redelijk betrouwbare methode om ernstige aangeboren afwijkingen te ontdekken. Kies je ervoor om deze echo te laten doen, houdt er dan rekening mee dat ook andere afwijkingen kunnen worden gezien. Niet alle afwijkingen zijn tijdens de 20-wekenecho op te sporen, zoals syndromen, sommige lichamelijke en alle geestelijke afwijkingen. Hoe groot de kans op een lichamelijke afwijking is, is afhankelijk van het type en de omvang van de afwijking. Hoe kleiner de afwijking, hoe kleiner de kans dat de echoscopist deze ziet. Soms ligt de baby niet handig in de baarmoeder, waardoor niet alles zichtbaar is en moet het onderzoek later nog eens worden gedaan. De echo duurt meestal ongeveer een half uur en is niet 100% betrouwbaar. Als bij de 20-weken echo iets afwijkends wordt gezien, zijn de gevolgen voor het kind niet altijd duidelijk. Meestal wordt vervolgonderzoek aangeboden. Het vervolgonderzoek bestaat uit een uitgebreid echoscopisch onderzoek oftewel een Geavanceerd echoscopisch onderzoek (GUO) door een gynaecoloog, en soms nog andere tests zoals een vruchtwaterpunctie of bloedonderzoek in een gespecialiseerd ziekenhuis. Als uit vervolgonderzoek blijkt dat je baby een aandoening heeft, krijg je altijd een gesprek met één of meerdere artsen. Je kunt voor de moeilijke keuze komen te staan of je de zwangerschap wilt uitdragen of voortijdig wilt beëindigen. Abortus is wettelijk toegestaan tot 24 weken zwangerschap. De 20-wekenecho is bedoeld om de gezondheid van je baby te onderzoeken en niet om het geslacht te bepalen, maar vaak is het wel te zien en zal de vraag gesteld worden of je het wilt weten. De 20-wekenecho zit in het basispakket van je zorgverzekering en wordt dus vergoed. Dit geldt ook voor het gesprek dat je hierover vooraf voert met je verloskundige of andere specialist. Net als voor de termijnecho hoeft ook voor deze echo geen eigen risico te worden betaald.

Als uit het eerder gedane bloedonderzoek een negatieve rhesusfactor komt, moet dit verder worden onderzocht in week 27:

Van de Nederlandse vrouwen is 15% rhesus negatief. Als jij rhesus negatief bent, dan gaat de rhesusfactor een rol spelen in de zwangerschap en zal je meer tests moeten doen. Een verschil in rhesusfactor tussen jou en je baby kan namelijk gezondheidsproblemen opleveren voor de baby. De bepaling van de rhesusfactor is een manier om bloedgroepen in te kunnen delen op basis van bepaalde kenmerken. Het bekendste systeem is het ABO-bloedgroepensysteem. Deze wordt steevast gebruikt in combinatie met de rhesusfactor: de ‘positief’ of ‘negatief’ die achter de ABO-bloedgroep gezet wordt. De rhesusfactor is een andere soort bloedgroep, die aangegeven wordt met de letter D. In het dagelijks spraakgebruik valt ‘rhesus-D’ weg, en wordt enkel gesproken over ‘positief’ of over ‘negatief’. Normaal gesproken hebben moeder en kind gescheiden bloedbanen. Uitwisseling van belangrijke (voedings)stoffen vindt plaats via de placenta. Wanneer er toch bloed van je baby in jouw bloedbaan komt ziet je lichaam dit rhesus positieve bloed (waar de rhesusfactor D in zit) als lichaamsvreemd en vijandig en kan dan antistoffen aanmaken. Je lichaam probeert het bloed van je baby hiermee af te stoten. Dan krijgt de baby bloedarmoede, omdat de baby de rode bloedcellen gaat afbreken. Dit kan leiden tot rhesusziekte. Wanneer het risico bestaat op bloedcontact met je baby zoals bij een vruchtwaterpunctie, vlokkentest, kering bij stuitligging of een ongeval en krijg je een rhesusprik. De rhesusprik vernietigt de bloedcellen van je baby die in jouw bloedbaan terecht zijn gekomen. Hierdoor gaat je lichaam geen antistoffen hiertegen maken. Je krijgt de rhesusprik meestal in bovenarm, bovenbeen of in je bil. Je krijgt 2 prikken, de eerste prik krijg je rond week 30, de andere binnen 48 uur na de geboorte. In het geval van een tweeling wordt er na de geboorte bepaald of één of beiden baby’s rhesus positief zijn, wat gebeurd met behulp van bloed uit de navelstreng. Wanneer beiden rhesus positief zijn krijg je een dubbele hoeveelheid van de rhesusprik. Er zijn verschillende rhesusfactoren. Deze bovenstaande informatie geldt echter óók voor rhesus c-negatief, met één belangrijk verschil, dat er bestaat geen prik tegen de aanmaak van antistoffen door rhesus c-negatieve moeders.

Groei echo, meestal tussen de 22 en 40 weken, niet standaard:

De verloskundige houdt de groei van je kindje goed in de gaten op de ouderwetse manier, door middel van met haar handen voelen of de baby qua formaat voldoet aan haar verwachtingen. Ook wordt er met een meetlintje gemeten of je buik is gegroeid en wordt er naar het hartje geluisterd. Mochten twijfels over de groei zijn, dan krijg je een groei echo. Maar ook vanwege medische indicatie en/of vorige zwangerschap, kun je groei echo’s krijgen. Wanneer een groeicontrole wordt verricht, worden het hoofdje, de buikomvang en de beenlengte gemeten. Op die manier wordt duidelijk of het kindje volgens verwachting groeit. De groeicontrole kan op verzoek van de verloskundige meerdere keren herhaald worden, zodat er een goed beeld van de groei van het kindje ontstaat: een groeicurve. Tevens wordt de hoeveelheid vruchtwater bepaald.

Liggingsecho, meestal rond de 35 weken zwangerschap:

Als rond de 35 weken zwangerschap het vermoeden bestaat dat de baby niet met het hoofdje naar beneden ligt wordt een liggingsecho gemaakt. De ligging van je baby is belangrijke informatie ter voorbereiding op de bevalling. Verder wordt gekeken naar de plaats van de placenta, de hoeveelheid vruchtwater en de groei van de baby. Wanneer de baby niet goed ligt voor de bevalling, kan deze in het ziekenhuis door de gynaecoloog en verpleegkundige gedraaid worden of is het beter om geen natuurlijke bevalling af te wachten maar een keizersnede te plannen. De baby heeft immers vaak geen plek meer om zelf te draaien.

 

Naast al deze echo’s en tests, kun je ook een pretecho laten doen, deze is niet standaard en worden tussen de 16 en 30 weken van de zwangerschap gedaan:

Elke fase in de zwangerschap levert weer ander soort beelden op, wanneer je een pretecho laat doen, ligt dus aan wat je zelf wilt zien.

  • 16 tot 20 weken, vanaf 16 weken kun je waarschijnlijk al het geslacht zien van de baby. Een pretecho tussen de 16 en 20 weken wordt dan ook vaak gedaan voor het bepalen van het geslacht
  • tot 22 weken is je baby in zijn geheel in beeld te zien. Daarna wordt hij te groot om in één echobeeld te vangen. Soms kan je zien of je baby drinkt, gaapt of een gevulde blaas heeft. Ook zie je dat je baby al druk aan het bewegen is, terwijl je hem misschien zelf nog niet voelt
  • 25 tot 30 weken, vanaf ongeveer 25 weken begint je baby een vetlaagje te krijgen. Misschien heeft je baby kuiltjes in zijn kind of een wipneusje. Met een 3D echo kan je goed alle details zien
  • na 30 weken kun je ook nog een 3D echo laten maken, maar het hangt af van de ligging van je baby, de ligging van de placenta en de hoeveelheid vruchtwater wat je ziet. De kans bestaat ook dat je alleen een stuk van het ruggetje te zien krijgt. Naarmate je steeds dichterbij de uitgerekende datum komt, wordt het steeds lastiger om het gezicht van je baby mooi in beeld te krijgen. Als je baby helemaal is ingedaald, kun je geen pretecho meer maken.

De kosten voor een pretecho variëren van 50 tot 120 euro en hangt onder andere af van het soort echo (2D, 3D of 4D) dat je laat maken en of je ook foto’s of een dvd mee naar huis krijgt.

In principe kan echo’s maken geen kwaad, maar toch worden ze niet onnodig vaak gemaakt. Als de zwangerschap goed verloopt, wordt de groei van baarmoeder en kind uitgebreid met de hand gemeten. Ook wordt er vanaf ongeveer 26 weken de lengte van de baarmoeder in centimeters gemeten. Het echoapparaat maakt gebruik van radiogolven en die geven warmte af. Veel baby’s reageren op deze warmte, en het is niet wetenschappelijke bewezen of ze daar last van hebben.
Bij twijfel over de groei of de ligging van je baby wordt er een echo gemaakt. Handen zijn niet 100% betrouwbaar, maar echo’s ook niet. Zeker na 34 weken is het moeilijk te meten hoe groot je baby is.

Als je klachten hebt over een echo die door een verloskundige in haar werk als prenatale screeningsechoscopist is uitgevoerd, kun je een beroep doen op de KNOV Klachtenregeling.
Je kunt ook een beroep doen op de KNOV klachtenregeling als de echo is uitgevoerd door een niet-verloskundige echoscopiste die in dienst is bij een verloskundigenpraktijk. Onder bepaalde voorwaarden kan dit ook als je klachten hebt over het verloskundig centrum waar de echo is uitgevoerd. Vraag dit eerst even na bij de klachtencommissie, voordat je een klacht bij deze commissie indient.
Indien er een klacht is over het functioneren van een echoscopist die lid is van de BEN, is het ook mogelijk om die klacht bij de klachtencommissie van de BEN neer te leggen.

Lees verder via de linkjes of andere onderwerpen.